Hoofd en schouder

Hoofd en schouder patroon

Een Hoofd en Schouder patroon vormt zich na een opwaartse trend en duidt op een trendommekeer. Het patroon bestaat uit 3 opeenvolgende toppen waarvan de middenste top (hoofd) de hoogste is en de 2 andere toppen (schouders) lager en ruwweg even hoog zijn.

De tussentijdse bodems tussen de toppen worden verbonden met een lijn, die de neklijn heet.

Zoals de naam doet vermoeden bestaat het Hoofd en Schouder patroon uit een linker schouder, een hoofd en een rechterschouder.

De voorafgaande trend: Het is van belang dat er een duidelijke opwaartse trend is om het hoofd en schouder patroon als een omkeerpatroon te kunnen laten gelden.

Linkerschouder: Nog steeds in de opwaartse trend maakt de linkerschouder een top, die het hoogste punt vormt in de actuele trend. Na deze top volgt een daling en vormt zo deze schouder. De bodem van deze daling blijft door de band heen boven de trendlijn en houdt de trend dus intact.

Hoofd: Vanaf de bodem van de linkerschouder start een stijging die hoger gaat dan de top van de linkerschouder en die het hoofd vormt. Na deze top volgt wederom een daling met een bodem als laagste punt. Dit laagste punt vormt met de bodem van de linkerschouder een neklijn. De bodem, die volgt na het hoofd, breekt meestal de trendlijn.

Rechterschouder: De stijging vanaf de bodem van het hoofd vormt de rechterschouder. De top is lager dan het hoofd en is ongeveer van dezelfde orde als de linkerschouder. De daling, ingezet vanaf de rechterschouder, moet de neklijn breken.

Neklijn: De neklijn wordt gevormd door de tussentijdse bodems na de rechterschouder en na het hoofd. De neklijn kan horizontaal of schuin oplopend of aflopend zijn. Indien aflopend versterkt dit de waarde van het omkeerpatroon.

Volume: Volume kan van enig belang zijn. Normaliter is de volumetoename bij het vormen van de linkerschouder hoger dan bij de vorming van het hoofd. De afname van dit volume duidt op een verminderde koopdruk. De uiteindelijke volumematige bevestiging is een volume toename bij de daling, ingezet na de rechterschouder.

Het breken van de neklijn: Het doorbreken van de neklijn bevestigt het Hoofd en Schouder patroon. De doorbraak dient duidelijk te zijn en bij voorkeur met een volumetoename.

Steun wordt weerstand: De neklijn, die als steun geldt wordt weerstand. Vaak maar uiteraard niet altijd zal de koers terugstijgen en proberen de neklijn opwaarts te doorbreken. Dit is een moment om eventueel een SHORT positie in te leggen of een LONG positie te sluiten.

Koersdoel: Na het breken van de neklijn kan men de afstand van de neklijn tot de top van het hoofd nemen als neerwaarts koersdoel.